Stap 24 van 31De lichten en de claxon
Stap 24 van 31 · 18 regels

De lichten en de claxon

Welke lichten gebruikt u wanneer? Daarnaast: de noodknipperlichten, rijden in een tunnel en het gebruik van de claxon.

1

Waarvoor dienen de lichten?

Met de dimlichten ziet u in het donker duidelijk en wordt u gezien, zonder anderen te verblinden. In de hoek ziet u het groene symbool van de dimlichten.
De grootlichten worden ook verstralers genoemd. Ze dienen om ver vooruit te zien en om gezien te worden. In het kader ziet u het blauwe symbool van de grootlichten.
De lichten van een wagen dienen om duidelijk te zien en om door de andere weggebruikers gezien te worden, zonder hen te verblinden. De standlichten geven het minste licht.

Met de dimlichten ziet u in het donker duidelijk en wordt u gezien, zonder anderen te verblinden. In de hoek ziet u het groene symbool van de dimlichten.

1 / 3
Om goed te zien en om gezien te worden, zonder andere weggebruikers te verblinden. Uw wagen heeft dimlichten, grootlichten, mistlichten en standlichten.
§Officiële bron · art. 30.1.1 · laatst gewijzigd 2008-01-29

De grootlichten moeten echter gedoofd en door de dimlichten vervangen worden

Open het volledige artikel op Justel

Deze les hoort bij de volledige toegang

Hoofdstuk 1 is gratis. Je kunt hierboven de eerste regel van deze les lezen; de rest van de les en de oefenvragen ontgrendel je met een pakket.

Bekijk de pakketten

Regels in deze les

  1. Dimlichten of grootlichten aan
  2. Wanneer moet u ze aanzetten?
  3. Wanneer zijn grootlichten verboden?
  4. Voormistlichten
  5. Achtermistlichten
  6. Plots in een mistbank
  7. Geparkeerd in het donker
  8. Extra lichten
  9. Binnen de bebouwde kom
  10. Noodknipperlichten
  11. Verkeerd gebruik
  12. Schoolbus
  13. Richtingaanwijzers
  14. In een tunnel
  15. Rook in een tunnel
  16. De claxon
  17. Wanneer mag u claxonneren?

Test jezelf

Kies een niveau. Vragen die je nog niet zag of fout had, komen eerst.