Stilstaan en parkeren – deel 1
Wat stilstaan en parkeren precies betekenen, en waar u nooit mag stilstaan of parkeren.
1. Stilstaan2. Parkeren3. Stoppen4. Defect voertuig5. Op de berm6. Gedeeltelijk op de berm7. Op de rijbaan8. Straat met eenrichtingsverkeer9. Gevaar of hinder10. Autosnelweg11. Autoweg12. Trottoir en verhoogde berm13. Verhoogde inrichting14. Fietspad15. Dambordmarkering16. Bijzondere overrijdbare bedding en busstrook17. Verdrijvingsvlak18. Vluchtheuvel19. Tramsporen20. Overweg21. Oversteekplaatsen22. Kruispunt zonder verkeerslichten23. Kruispunt met verkeerslichten24. Verkeerslichten of verkeersborden buiten kruispunten25. Vóór een oversteekplaats26. Onder bruggen27. Tunnels28. Top van een helling29. Bochten
Stilstaan
Een voertuig staat stil wanneer het alleen stopt zolang nodig is om passagiers te laten in- of uitstappen, zoals deze taxi die een passagier afzet.
Een voertuig staat stil zolang het nodig is om personen te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of te lossen.
Deze les hoort bij de volledige toegang
Hoofdstuk 1 is gratis. Je kunt hierboven de eerste regel van deze les lezen; de rest van de les en de oefenvragen ontgrendel je met een pakket.
Bekijk de pakkettenRegels in deze les
- Parkeren
- Stoppen
- Defect voertuig
- Op de berm
- Gedeeltelijk op de berm
- Op de rijbaan
- Straat met eenrichtingsverkeer
- Gevaar of hinder
- Autosnelweg
- Autoweg
- Trottoir en verhoogde berm
- Verhoogde inrichting
- Fietspad
- Dambordmarkering
- Bijzondere overrijdbare bedding en busstrook
- Verdrijvingsvlak
- Vluchtheuvel
- Tramsporen
- Overweg
- Oversteekplaatsen
- Kruispunt zonder verkeerslichten
- Kruispunt met verkeerslichten
- Verkeerslichten of verkeersborden buiten kruispunten
- Vóór een oversteekplaats
- Onder bruggen
- Tunnels
- Top van een helling
- Bochten
Test jezelf
Kies een niveau. Vragen die je nog niet zag of fout had, komen eerst.
